Achtergrond - Lichtenberger Methode uitgelicht

Waarnemen en spelen

Gister sprak ik uitgebreid met Lidy Stoelinga, gepensioneerd docente lichamelijke opvoeding. Ik had Lidy eerder ontmoet tijdens een cursus die ik verzorgde over wilskracht. Tijdens een pauze kwamen we aan de praat over haar werk. Al snel werd duidelijk dat zij niet ‘zo maar’ een gymjuf is geweest, maar iemand die haar eigen waarneming volgde en zo tot een didactiek kwam die haaks staat op wat vele van ons tijdens schoolgym hebben ervaren. Een didactiek met interessante raakvlakken met de Lichtenberger pedagogiek.

Eigenlijk wilde ze balletdanseres worden bij het Nederlands Dans Theater, ‘ik houd van schoonheid, van iets uitdrukken’, maar dat mocht niet van haar vader. Danser zijn is heel zwaar en leven in armoede. De academie voor lichamelijke opvoeding werd de verstandige keuze. Ze liep stage: ‘Het was verschrikkelijk wat ik zag. De hele klas is één rij, allemaal hetzelfde moeten kiezen. Schreeuwerige vrouwen die les gaven. De kinderen vinden het niet leuk. Hoe ga ik dat aanpakken?’

‘Toen ik zelf les ging geven begon ik met muziek, ritmische gymnastiek. Ik kon pianospelen. De leerlingen waren geboeid. Ik zag wel goed, vroeger al.’ Ze noemt het lichaamstaal lezen en daarmee creëren. ‘Ik wil iemand een goed gevoel geven.’ Al na vier maanden lesgeven kreeg ze een inspecteur op bezoek. Die keek of ze wel met een jaarwerkplan werkte, niet naar hoe ze werkelijk lesgaf. ‘Geduld hebben, niet persen, dat brengt de kinderen van bewegen af. Je moet plezier maken en ik moest dus spelletjes verzinnen. Je zorgt daarmee dat de rem verdwijnt. De kinderen vervallen dan in spontaniteit. Trefbal en schaduwspel zijn inmiddels bekende voorbeelden. Dan krijg je ze los, bovendien kun je zelf de kinderen even goed observeren. Dan kan je de les in gaan.‘

De les in gaan? ‘Het moet makkelijk gaan en je moet het leuk vinden. Kon een kind de vorige les de ratslag, dan gingen we de volgende les eerst weer twee stappen terug. Je creëert speelruimte, letterlijk en figuurlijk. Je moet het niet belangrijk maken. Je bent aan het opvoeden en dat betekent ook ingrijpen als een kind te enthousiast wordt en zijn grenzen niet kent. Zo creëer je fysieke veiligheid.’

‘Dat wat ik deed werd niet erkend door collega’s. Jaren later heb ik mij bijgeschoold in jazzballet. Dat was helemaal nieuw. Hele andere bewegingen. Dat sloeg in als een bom. De kinderen vonden het geweldig, collega’s niet. Die zagen niet en vertoonde in plaats daarvan compensatiegedrag. In vergaderingen werd dan gesproken over dat rotkind, maar ik zag  wat er bij dat kind speelde.’

Maarten Rienks, januari 2015

Terug naar Achtergrond