Achtergrond - Lichtenberger Methode uitgelicht

Lichtenberger Methode versus Rabine-Methode

In tegenstelling tot het Lichtenberger Institut geeft het Rabine Institut op haar website een redelijk uitgebreide beschrijving van haar methode. Die beschrijving stelt ons (diegene die bekend zijn met  'Lichtenberg') in staat beide methoden op hoofdlijnen te vergelijken. Het is interessant juist deze twee methoden te vergelijken omdat de grondleggers ervan begin jaren tachtig hebben samengewerkt in een wetenschappelijk onderzoek naar de samenwerking tussen de ware en de valse stemplooien, en de invloed van bepaalde lichaamshoudingen, lichaamsbewegingen en mentale training op het functioneren van het strottenhoofd. Dit onderzoek vormt de basis van beide methoden, respectievelijk ontwikkeld door Eugen Rabine en het echtpaar Rohmert (i.h.b. Gisela Rohmert). Wat meteen opvalt is de overeenkomst in de gebruikte terminologie: 'functionale Stimmpädagogik'; 'Sensomotorik'; 'hohe Differenzierung'; 'Wahrnemung'; 'Empfindung'; 'körper Rhythmus' et cetera. Die terminologie verraad  zonder twijfel de gemeenschappelijke achtergrond. Ook de 'holistische' benadering valt op. Stemgeven is meer dan een vaardigheid die een motorische flexibiliteit vraagt. Het gaat om wisselwerking tussen lichaam en geest, het strottenhoofd staat niet op zich zelf maar maakt onderdeel uit van een complex systeem.

Verrassend is vervolgens te lezen dat het 'kernpunt' van de stemtheorie van de Rabine Methode 'in de evolutie van de z.g. dubbelventielfunctie ligt'. Deze dubbelventielfunctie (ware en valse stemplooien) stond centraal in het hierboven genoemde wetenschappelijk onderzoek en wordt binnen de Lichtenberger methode wel beschreven maar geldt niet als centraal werkingsprincipe. In het artikel van Ingrid Voermans kunnen we lezen dat Gisela Rohmert deze 'Hauptfunction des Kehlkopfes' en haar samenhang met houding en beweging van het lichaam, niet meer op de voorgrond zet. In beeld komen onder meer het 'diafragmaketen' en de 'zangersformanten'. Overlap blijft bestaan in het toekennen van het belang van de 'sensorische regeling', het principe van 'waarneming' en de 'reflexen'. In hoeverre deze begrippen op vergelijkbare wijze een rol hebben in beide methoden kan ik zo niet beoordelen.

Beide methoden streven naar een 'optimale stemfunctie'. Bij Rabine is dat wanneer 'die Muskelzusammenarbeit unter minimaler Spannung und minimalem Energieverbrauch die optimale Leistung erzielt wird'. En dat wordt bereikt door 'Funktionaler Unterricht' of 'Stimmtraining', die gericht is op 'terugvoeren van alle bewegingen (manipulaties?) naar reflexmatige bewegingen'. De nuttige werking van reflexen wordt ook in het Lichtenberger model onderkend, maar gericht zijn op 'Leistung' (prestatie) en 'training' worden juist gezien belemmeringen voor een optimale stemfunctie. Dat heeft alles te maken met het onderkennen van het principe van zelforganisatie. Dat vraagt om een fundamentele andere benadering dan training en het gericht zijn op resultaat. Een hoge ordening (optimale stemfunctie) kan alleen worden gestimuleerd. Daarbij is telkens de vraag, 'wat ordent?' Het is onmiskenbaar dat brilliance daarin een grote rol speelt.

Dat zelforganisatie binnen de Rabine methode niet wordt gethematiseerd wil nog niet zeggen dat zelforganisatie in de stemtraining en bij een bepaalde 'Übung' geen rol speelt. Begrippen als 'reflexmässige Bewegung', 'functionales Hören' en 'Empfindung', wijzen toch op een methode die verder gaat dan beheersing, controle.

Maarten Rienks, oktober 2007

Terug naar Achtergrond