Esther Verhagen

Tijdens het symposium van 2015 opperde Esther Verhagen het idee van een symposium speciaal gewijd aan lichte muziek. Hiernaast schrijft ze over de achtergrond van dat idee.

Lichtenberger Methode en Lichte Muziek

Ik heb een aantal jaren in Lichtenberg rondgelopen en hoorde tijdens concertjes en voordrachten eigenlijk enkel klassieke muziek. Frau Rohmert zingt klassiek, haar dochter Johanna zingt klassiek, Martin speelt klassiek op zijn viool. Begrijp me niet verkeerd, ik vind klassieke muziek mooi ( al ken ik niet veel), maar ik begon zo langzamerhand te denken, dat er neer werd gekeken op jazz en popmuziek. Rokerige cafes, drugs en rock `n roll, passen ook niet meteen in het Lichtenbergse landschap…

Maar toch begreep ik het niet, jazz is toch bij uitstek muziek waarin je je vrij kunt voelen, waar binnen de muziek al ruimte is voor zelfontdekking, tijdens improvisatie. Geen strak compositorisch keurslijf waarbinnen je je moet bewegen. Toen ik de moed al bijna had opgegeven en accepteerde dat Lichtenberg alleen voor klassieke musici werkte, hoorde ik tot mijn grote blijheid tijdens mijn eerste Lichtenberger Sommer jazzgeluiden van het terras afkomen, Martin improviseerde op zijn viool en speelde versterkt, met gitaar en drums!!

Toen dacht ik: “Oké, nu ga ik ervoor, nu geef ik me op voor Chorrepetition en zing jazz”. ( heb zelfs die avond op het terras meegezongen!). Ik heb in de afgelopen drie jaar 3 keer gezongen tijdens deze Repetitionen. De tweede keer heb ik samen met een drummer gemusiceerd en dat was zeer leerzaam en daarmee kom ik ook op het thema van dit symposium en de vragen die daarbij ontstaan: Is het mogelijk dat je een instrument anders leert horen/waarnemen? Zoals het luisteren naar het geruis van een snaredrum als je die met brushes beroert? De dreun van een bassdrum? De klank van een vleugel, een gitaar? Kunnen de klank van een instrument en de stemklank elkaar inspireren/bevruchten of drukken ze elkaar weg? Acht je het voor mogelijk dat een vleugel je neusruimte kan inspireren? Ik wel, ik heb het ervaren. En als dat lukt, opent zich een nieuwe wereld: een nieuw contact tussen jou en het instrument, een nieuwe manier van samen musiceren en elkaar waarnemen. Alles komt meer samen.

In Lichtenberg is jazz en popmuziek nog een nieuw gebied. Ook zij hebben vragen en niet alle antwoorden. En altijd bots je weer tegen stijlkenmerken aan: “ja maar jazz moet toch zo en zo klinken en popmuziek toch zo en zo?”.. Dat blijft een belangrijke vraag vind ik: Doen we de muziek eer aan? Hoe laten we de muziek door ons klinken? Wat is daarvoor nodig? Toch kom ik met een stelling in de titel van mijn bijdrage aan het symposium: “het strottenhoofd heeft geen boodschap aan het genre waarin het zingt”.

Het strottenhoofd mag/wil/kan vrij swingen. Is het niet de wens van ons allen, als mens en als musicus om vrij te swingen? Wat een thema om over te praten en te beleven! Ik zie jullie graag in Oktober.

Esther Verhagen, Augustus 2016